Geschiedenis
De huizen aan de Viaductstraat hebben zo'n twintig jaar op de nominatie gestaan om gesloopt te worden, op grond van een overeenkomst die de gemeente Groningen, de Nederlandse Spoorwegen en het busbedrijf GADO in 1964 met elkaar sloten. Gemeente en NS hadden daarbij afgesproken dat zij over en weer, "met gesloten beurs", een stuk grond zouden ruilen. Voor de gemeente was dat de grond aan de Viaductstraat; deze zou "vrij van opstallen" aan de NS worden overgedragen, waarna deze er kantoren en een zuidelijke ingang - een "luchtbrug" - naar het hoofdstation zou kunnen bouwen.
In de loop van de jaren '70 werden de oorspronkelijke bewoners dan ook door de gemeente met behulp van "oprotpremies" gestimuleerd te verhuizen. De leeggekomen huizen werden echter weer vrijwel onmiddellijk - soms nog dezelfde dag - gekraakt. De woningen bevonden zich nog in vrij goede staat, en de nieuwe bewoners waren het dan ook niet eens met de voorgenomen sloop ervan: zij vonden dat de woonbestemming van de Viaductstraat gehandhaafd moest blijven (de woningnood was in die tijd een stuk groter dan tegenwoordig!). Er werden dan ook steeds opnieuw bezwaarschriftprocedures gevoerd, tegen ieder bestemmingsplan dat de gemeente in de periode 1976-1982 voor het stationsgebied ontwikkelde.
Ondertussen dreigden de huizen in verval te raken: de gemeente keek er (in bouwkundig opzicht althans) uiteraard niet meer naar om. Er moest nodig wat aan het groot-onderhoud gebeuren, anders zou sloop op den duur om bouwtechnische redenen onvermijdelijk worden. Daarom richtten de bewoners in 1982 de Vereniging Viaductstraat op. Deze Vereniging beheerde een zogenaamd herstelfonds, waarin elke bewoner 10% van zijn/haar maandinkomen stortte. Met behulp van deze inkomsten en heel erg veel zelfwerkzaamheid werden de huizen behoorlijk opgeknapt. Daarnaast werden de verschillende juridische procedures tegen de gemeente nu niet langer door individuele bewoners, maar door de Vereniging gevoerd.
In 1984 leek een oplossing dichterbij te komen, toen de gemeente bereid bleek alleen de vier laatste huisjes te slopen (de nummers 14 t/m 17), ten behoeve van een zuidelijke stationsingang voor de NS, en de rest van de huizen te verkopen aan de Vereniging. De bewoners toonden echter aan, dat de bouw van een luchtbrug ook mogelijk was zonder de sloop van de vier huisjes. De NS voelde niets voor deze oplossing. Toen de gemeente in maart 1985 toch een bouwvergunning aan de NS verleende, spande de Vereniging ook hiertegen een procedure aan. De Raad van State gaf haar gelijk, onder meer omdat de gemeente een procedurefout had gemaakt. De gemeente werd met een schorsing gedwongen haar plannen in de ijskast te stoppen.
De onderhandelingen werden nu hervat. Mede doordat de gemeente als gevolg van de schorsing een forse rijkssubsidie voor de luchtbrug dreigde mis te lopen werd al gauw overeenstemming bereikt: de gemeente zou alle huizen aan de Vereniging verkopen, op nummer 17 na. Dat zou plaats moeten maken voor een nieuw te bouwen fietsenstalling bij de zuidelijke ingang. De overige woningen zouden worden gerenoveerd, waarbij de gemeente zich zou beijveren voor de financiering daarvan. In augustus 1985 besloot de straatvergadering met dit compromis accoord te gaan.
Daarna ging het snel. De Vereniging, daarbij nu in alle opzichten gesteund door de gemeente, slaagde er binnen enkele weken in de ruim 3 miljoen gulden (bijna 1,4 mln euro) bij elkaar te krijgen die nodig waren voor de aankoop en de renovatie van de panden. Daarop werden een architectenburo en een aannemersbedrijf in de arm genomen voor de uitwerking van de verbouwingsplannen. Op 4 september 1986 werden de woningen door de toenmalige wethouder van Ruimtelijke Ordening, Ypke Gietema, feestelijk overgedragen aan de Vereniging. Niet lang daarna werd met de renovatie begonnen, die in oktober 1987 werd voltooid.
Voor de Vereniging trad nu een nieuwe toestand in. Binnen korte tijd moest ze zich van een goed functionerende, maar nogal vrijblijvende organisatie van voormalige krakers ontwikkelen tot een soort alternatieve woningbouwvereniging. Klakkeloos voorbeelden van andere verhuurders volgen was er niet bij, omdat er nogal wat bijzondere omstandigheden in het spel waren - en zijn. Elders op deze site kun je daar meer over lezen.
Overigens is de fietsenstalling, waaraan de Vereniging ten dele haar huidige bestaan te danken heeft, in de loop van 1999 gesloopt. De grond die zo (weer) vrij kwam is gedeeltelijk aan de Vereniging in gebruik gegeven, waardoor een aantal Viaductstraat-tuintjes een stukje groter is geworden. De komende jaren staat het Stationsgebied echter veel grotere veranderingen te wachten, zoals bijvoorbeeld uit de discussie over een light rail-verbinding tussen het station en het stadscentrum moge blijken.